Ervaringen voor Coaches

Mijn naam is Guido Bonsen en ik ben coach bij Team Para Atletiek (TP/A). Van 2009 tot en met 2017 ben ik als bondscoach verantwoordelijk geweest voor de Paralympische Atletiek in Nederland. Sinds oktober 2017 ben ik coach bij Team Para Atletiek. Ik wil graag mijn kennis en ervaringen delen met andere coaches, fysiotherapeuten en artsen. Soms wetenschappelijk verantwoord, maar zeker niet altijd. Rechtstreeks uit mijn dagelijkse praktijk en zoveel mogelijk vergezeld van plaatjes en filmpjes.

Duizend vragen en een miljoen uitdagingen
Sinds 2009 ben ik actief als coach voor atleten met een handicap. Daarvoor was ik sinds 2000 werkzaam in de valide atletiek met de Olympische Spelen van Beijing 2008 als hoogtepunt (8e plek met zevenkampster Jolanda Keizer). Ik begon in 2009 vol goede moed in een wereld die nieuw was voor mij. Hoewel ik veel weet van atletiek en inmiddels ook best wel wat van de regels binnen de topsport was werken met atleten met verschillende handicaps helemaal nieuw voor mij. Ik wist niks van spasme, had geen idee hoe een prothese vast zat of wat een liner en een sleeve waren. Dat de bandenspanning in bars wordt gemeten wist ik nog wel maar hoeveel bar gaat er dan in een racerolstoelband? Duizend vragen en een miljoen uitdagingen.

Een handicap is geen beperking
Ik heb mij voorgenomen me niet door de handicap te laten beperken en er vrij en open in te stappen. Na een paar maanden wilde ik met mijn prothese-atleten graag wat meer verschillende trainingsvormen doen op hun dagelijkse prothese. Alles op je sportprothese doen met een blade zorgt voor een conservatieve afzet. De neiging om je been stijf te houden en te vertrouwen op de bounce van de blade is altijd aanwezig. Enerzijds vanuit angst en controle anderzijds omdat zelf afzetten synchroon moet verlopen met de strekking van de blade. Best lastig want met het stijf houden van je been is de timing veel makkelijker en kun je best hard gaan. Maar met zelf afzetten gaat het nog harder maar bovenal veel natuurlijker, soepeler.

Stap voor stap op de trap
Een van de dingen die ik wilde uitproberen was een variatie op de ‘traptrainingen’. Voordeel van traptraining is dat je wel de volledige afzet kunt maken maar de impact van het landen is beperkt doordat je op de volgende tree landt en die is natuurlijk een stuk(je) hoger. Op die manier kon ik de impact op stomp en rug verlagen. We gingen de trap op wandelen met grote passen, de trap op rennen in verschillende variaties. Dat ging zo goed en de vertaling naar beter afzetten bij het lopen op de baan met de sportprothese en blade was zichtbaar. Ik werd steeds enthousiaster en besloot de oefeningen op de trap uit te breiden. De atleten gingen zijwaarts stappen en op een gegeven moment zelfs twee benige sprongetjes omhoog maken.

Een kronkel in mijn brein
De volgende kronkel in mijn brein was dat ik graag de trap op wilde hinken met de atleten met geamputeerd onderbeen. Ze keken me aan of ik gek was geworden. We besloten het toch te proberen en zochten in het Olympisch Stadion een heel klein randje op, een soort drempel. Daar hield ik de hand van Suzan Verduin vast en we maakten ons eerste hinkje. We deden er uiteindelijk 3 maanden over voordat we 1 hinkje zonder hulp konden maken op een echte trap. Inmiddels zijn we 10 jaar verder en kunnen al mijn atleten met een onderbeen amputatie de trap op hinken! Zonder te stoppen hinken ze trappen met 10/20 treden naar boven. De meeste jongens kunnen het inmiddels met het overslaan van een tree.

Ik leg niks meer uit
Probeer ik daarmee op te scheppen of vind ik dat iedereen dat moet kunnen? Nee zeker niet, ik besef dat ik met topatleten werk. Dit verhaal gaat helemaal niet over de atleten of over die hinkjes, dit verhaal gaat eigenlijk over mijn beperking: ik had namelijk in mijn hoofd toegelaten dat die hinkjes op de trap wel heel ingewikkeld waren. Natuurlijk doordat mijn atleten verbaasd keken toen ik het voorstelde, maar dat deden ze wel vaker. Maar nu liet ik mij er in meenemen, waarschijnlijk omdat ik ook dacht dat hinken zonder enkel lastig of misschien we onmogelijk was. En dat straalde ik natuurlijk uit. De twijfel van de atleten werd door mijn uitstraling en de hulp die ik ze gaf (hand vast, lagere tree/drempel) groter en gaf ze het idee dat het héél moeilijk was. Misschien wel onmogelijk. Zoals gezegd zijn we nu jaren verder en leg ik niks meer uit aan nieuwe atleten, straal ik uit dat het heel normaal is en bied ik zeker geen hand meer aan.