Waarom mag ik niet mee doen?

Dit is denk ik wel de meest gestelde vraag in mijn jeugd. Overal waar ik kwam was de eerste reactie: ’Nee, ze kan niet meedoen.’ Als we vroegen waarom ik dan niet mee mocht doen was altijd het antwoord: ‘Omdat jij gehandicapt bent en je kunt dit niet, ga maar naar een g-groep.’

Gelukkig heb ik een moeder die het daar nooit bij liet zitten, ze ging net zo lang door totdat ik in ieder geval een kans kreeg om het te proberen. Om te laten zien dat ik het wél kon. Toch kwamen er vaak nog smoesjes na zoals ‘met een prothese is het te gevaarlijk’ of ‘wat nou als ze valt’…

Vanaf dat ik klein ben wordt overal voor mij bepaald wat ik wel en niet kan. En waarvan anderen dachten dat ik het niet kon, lukte het meestal toch wel. Een voorbeeld hiervan herinner ik me van vroeger. We waren op vakantie in Frankrijk en we wilden met het gezin gaan kanoën. De meeste verhuurbedrijven zagen dat niet zitten met mij erbij. We bleven zoeken en discussies voeren totdat we een bedrijf hadden gevonden dat ermee instemde. Na het leuke kanoritje moesten ze toegeven dat het prima was gegaan.

Een paar jaar later was ik op kamp met school en weer gingen we kanoën. Ik heb toen behoorlijk ruzie gehad met een van de docenten omdat ik niet in een 2 persoons kano mocht zoals de rest van mijn klasgenoten. Weer werd er voor mij bepaald dat ik iets niet zou kunnen, en ik moest alsnog in een 3 persoons kano. Uiteindelijk heb ik de hele weg gepeddeld en de kano veilig naar het einde van de route gebracht want mijn kanomaatjes begrepen er niks van. Ook hier weer excuses van de docent naderhand.

Op de voetbalclub waar ik speelde wilden ze veel rekening met mij houden. Ze wilden mij eerst naar een G-groep sturen maar daar waren wij het natuurlijk niet mee eens. Uiteindelijk mocht ik dan bij de valide meiden voetballen. Maar ik werd standaard een team teruggeplaatst. Ik voetbalde dus altijd met meiden die 1-2 jaar jonger waren. Terwijl mijn leeftijdgenootjes en vriendinnen in een team hoger zaten. Ook zou ik niet mogen keepen, want ik mis een arm dus dan kun je geen bal vangen. Na een jaar zeuren mocht ik dan toch onder de lat gaan staan en bleek ik toch best ballen te kunnen vangen en zo. Ik heb in de 1ste klasse dames gespeeld. Dit heb ik met veel plezier gedaan tot atletiek op mijn pad kwam.

Mijn hele leven heb ik moeten vechten voor mijn plekje. En niet alleen bij de momenten die ik net beschreven heb maar bij bijna alles wat ik wilde doen. Dit zal mijn hele leven wel zo blijven. Ik merk wel dat naarmate ik ouder word het steeds minder hoeft. Mensen zien tegenwoordig steeds meer in dat mensen met een beperking veel meer kunnen dan dat ze in eerste instantie denken.